Go to Top

Dansen

Jongste is al vijf dagen ziek. Daar hoort een ander levensritme bij.
‘Neem nog een slokje. Kom, dat moet echt even. Wil je een banaantje of dan liever een beschuitje?’
Het is een dans om de bank waar ik als kind de stapjes van leerde. Ik zag ze mijn moeder regelmatig dansen als ik weer eens naar lucht lag te happen en met mijn zeeleeuwimitatie het ritme aangaf. Op de bank met mijn deken en kussen. Zomaar een keer overdag tv kijken en soms zelfs een cadeautje. (Ik zie de blauwe wokkelsleutelhanger die ik eens kreeg toen ik al meer dan een week op de bank lag nog levendig voor me. Hoe mijn wijsvinger wel langs alle rondingen mo├ęst gaan. En weer, en weer.)

‘Kijk, een nieuw Maan Roos Vis tijdschrift.’
Zijn ‘joepie’ klinkt alsof zijn geluid gedempt wordt door zijn waterige oogjes. Alsof hij achter een bulderende waterval staat en ik hem er vandaan probeer te hengelen met voedsel en cadeautjes.

Ik geef potloden aan en zeg af en toe een letter voor. Ik prijs zijn doorzetten en geef kleuradvies.
Mijn focus is bij zoon. Bij zijn temperatuur, bij onthouden wat erin ging, zorgen dat wat eruit gaat op de goede plek terecht komt en zo niet, schrobben en wassen. Ik ben slecht in mijn aandacht verdelen, oftewel goed in focussen. Zoon is als een krachtige magneet. Al gauw vergeet ik dat de kamer groter is dan de bank. Laat staan dat er nog een wereld is buiten de kamer. Mijn energie gaat in zijn geheel naar hem. Dat is goed. Hij heeft het nu het hardste nodig. Ik neem vanavond wel een extra banaantje, als ik er aan denk.

’s Avonds in bed bedenk ik dat ik al dagen niet buiten ben geweest en eigenlijk niets heb gedaan. Dat het leven me weer voorbij schiet, als de muziek uit een langs razende auto met zijn raampje open. Ik herken weer het gevoel van tegen de muur staan terwijl iedereen aan het dansen is.