Go to Top

Goedemorgen

Ik loop in het bos. Een man op de fiets met hond aan de lijn komt langzaam dichterbij. De fiets zwalkt van traagheid alsof hij teveel smeerolie op heeft.
Ik probeer in te schatten of dit een gedagzegger is. Men kan zelf het voortouw nemen. Noem mij een afwachter. Ik kijk of hij kijkt. Ik heb hem niet zien kijken. Het kan het tegenlicht zijn geweest.
Hij en hond passeren mij. Mijn bewaarde adem voor een eventuele groet, komt weer opgang. Een moment daarna zegt de man: ‘Oók goedemórgen, murmel, murmel, grom, brom…’ Vrij vertaald aan de hand van zijn toon als: ‘Asociaal mens, zeg eens wat!’
Alsof hij verstand heeft van gemiddelde en dus normaal bevonden sociale interacties. Alsof hij weet wat beleefd is, wat wenselijk. Ik heb er mijn levenswerk van gemaakt deze te bestuderen! (Al achtendertig jaar dus. En wat heb jij in je minstens vijftig plus jaren gedaan? Rondjes gefietst om vrouwen lastig te vallen met je gromgroet?)
Maak dat je weg komt uit mijn bos, met je zogenaamd wereldverbeterende negativiteit. Ik loop hier te ontspannen om spontane ideeën te krijgen voor het schrijven van korte stukjes!

O. Bedankt.

(Na nog een uurtje lopen, moet ik constateren dat meer mensen eerst voorbij lopen en dan pas groeten. Dit had ik eerder moeten registreren. Onthouden: groet-adem vasthouden tot men drie stappen verder is.)