Go to Top

Ik? Ik schrijf een roman.

Dat ik een roman aan het schrijven ben, wordt unaniem enthousiast ontvangen. ‘Wauw, écht? Wat goed! Wat leuk!’ Alsof ik al een roman geschreven héb. Officieel heb ik momenteel twee derde roman geschreven. Ik weet nog niet hoe het voelt als het straks gelukt is. Heel eerlijk weet ik nog niet óf het zal lukken.

Ik geef toe: ik geniet van het blinde vertrouwen dat ik dit succesvol ga volbrengen. Van het enthousiasme en af en toe van de bewondering.

Ik ben niet de elke dag schrijver die ik zou willen zijn. Ik ben de soms geobsedeerde, niet te stoppen schrijver die zomaar op een ochtend tijdens de nog net niet helemaal wakker fase, strand in een vaag gevoel. Ben ik soms jarig? Moet ik vandaag naar de tandarts? Nee, het is iets met letters. Daar deed ik iets mee… Weken slaapwandel ik dan door de dagen en ben ik mijn doel verloren. Tot iemand vraagt: ‘Wat doe jij voor werk?’ ‘Niets’ krijg ik niet uit mijn mond. Ik wilde niet ‘niets’ worden!
Ik dééd toch iets? Ja! De lucifers tussen mijn oogleden schieten weg als mijn ogen hun ware grote terug krijgen. Ik richt mijn irissen naar het licht en laad eindelijk weer op. Ik kan dit! Letters, woorden, zinnen, gauw, geef me een toetsenbord of desnoods een pen!

Afgelopen donderdag zat ik bij mijn vertrouwde garage te wachten. De garagemeneer kwam naar me toe – zo leuk, onze zoons schelen maar een paar dagen – en stelde na een praatje dé vraag. Ik hoorde niet eens meer hoe hoog de rekening was. Dromerig drukte ik op de oke van het pinapparaat. Verlicht verliet ik de garage en geheel opgeladen schreef ik een blog, een stukje voor een tijdschrift (dat al dan niet geplaatst gaat worden) en dit. Maar er was volgens mij nog iets dat ik zou doen. Het begon met een ‘r’…

(Korrel zout uitgespeld: Intrinsieke motivatie is ook voor mij de basis. Natuurlijk. Meestal.)