Go to Top

Tommy Wieringa

Ik nam plaats op een pluche stoel in de foyer en bekeek het andere aanstaande publiek. Vijftig plus, zeker. Sjaaltjes, jasjes, kraagjes. Een vrouw kwam binnen met wat vermoedelijk haar zoon was naast haar. Jolig, zin in het vermaak, oog in oog met de held. De jongen zag eruit of hij net een biertje vast mocht houden. Hij hield een biertje vast. Ik zag hem rond kijken, concluderen dat hij uit de toon viel met zijn geboortejaar. Ik had hem aan willen spreken: ‘Kijk, je bent niet de enige, ik óók!’
Geschrokken bedacht ik dat negenendertig bijna veertig is en veertig vervaarlijk dicht bij vijftig ligt.

‘Er zal technisch iets aan de hand zijn.’ De man keek om zich heen en daarna weer naar zijn vrouw. Het klonk alsof hij wist wat hij zei. Sommige mensen kunnen alles laten klinken alsof ze weten waar ze het over hebben, alsof ze gelijk hebben. Het was al zes over half. Een minuut later liep de held de foyer in. Jas nog aan. Hij had de verkeerde afslag genomen.

Na afloop had ik veel willen vragen. Ik kan nu vertellen over mijn overvolle hoofd. Het zou het halve verhaal zijn. Een leeg hoofd had me niet dapperder gemaakt.
Hoe doet u dat, die magische metaforen, die zingende taal? Een zinloze vraag. Het was vast niet overdraagbaar. Hoe stap je vol vertrouwen zo’n podium op, wetende dat er anderhalf uur lang mensen verwachtingen hebben, waar voor hun geld hopen?

Het leek alsof hij zomaar wat deed. Als hij even stil viel, nadacht, voelde ik spanning in zijn plaats. Nu zou je het hebben, hij zou niets meer weten, stil blijven, een ramp. Hij bleef niet stil. Wisselde voorlezen af met het beantwoorden van vragen en jeugd-anekdotes met een grap. Een mooie mix. Wieringa’s wonder jus.

Als slot las hij voor uit een boek van de man die ook hém witte gympen liet dragen, zijn held James Salter. Het was een intensieve dag geweest. Normaal lag ik nu in bed. Zijn stem was weer prachtig. Ik vocht tegen het slaapliedje. Ik won.